Een gesprek beginnen met iedereen: openingszinnen per situatie
Begin een gesprek met iets dat jullie allebei op dat moment zien of meemaken, gevolgd door een korte vraag: 'Wat een rij, zeg. Sta je hier al lang?' Zo'n opening voelt natuurlijk omdat hij over de situatie gaat en niet over jou. Reageert de ander met meer dan één woord, stel je je voor en vraag je door.
De formule: gedeelde situatie plus vraag
Een goede openingszin heeft twee delen.
- Iets wat jullie allebei zien of meemaken. Het weer, de rij, de vertraging, het eten, de muziek, de reden dat jullie hier zijn.
- Een korte, makkelijke vraag. Iets waar de ander zonder nadenken op kan antwoorden.
"Lekker die bitterballen. Weet jij of er nog meer komt, of moet ik nu toeslaan?"
"Weer vertraging. Moet jij ook nog overstappen in Utrecht?"
Dit werkt om drie redenen. Je zegt niets persoonlijks, dus er valt niets af te wijzen. De ander hoeft niet na te denken. En je laat zien dat je openstaat voor een praatje, zonder het zwaar te maken.
Een openingszin hoeft niet origineel te zijn. "Lekker weertje, hè?" is in Nederland een volkomen geaccepteerde opening. Het gaat niet om de zin, maar om wat je daarna doet.
Openingszinnen per situatie
| Situatie | Openingszin |
|---|---|
| Verjaardag, in de kring | "Hoe ken jij Marieke eigenlijk?" |
| Koffieautomaat op het werk | "Weet jij welke knop de minst slechte koffie geeft?" |
| Eerste training bij een sportclub | "Ben jij ook nieuw, of train je hier al langer?" |
| Trein, bij vertraging | "Weet jij wat er aan de hand is? Ik zie niets in de app." |
| Netwerkborrel | "Wat brengt jou hier vandaag?" |
| Schoolplein | "Zit jouw kind ook in groep 3? Ik zie jou hier sinds kort." |
| Hondenuitlaatveld | "Wat een vrolijke hond. Hoe oud is ze?" |
| Rij bij de bakker op zaterdag | "Is het hier altijd zo druk, of is er iets bijzonders?" |
| Bruiloft | "Hoort u bij de familie van de bruid of van de bruidegom?" |
| Cursus of workshop | "Heb je dit soort cursus al eens eerder gedaan?" |
Na de eerste zin: de belangrijkste tien seconden
De opening is het makkelijkste stuk. Daarna beslist de ander, vaak zonder het te merken, of er een gesprek komt. Let op het antwoord.
- Langer antwoord, met een detail. "Ik ken Marieke van de roeivereniging, al jaren." Er is ruimte. Stel je voor en vraag door op het detail: "O leuk, ik ben trouwens Bas. Roei je nog steeds?"
- Kort, maar vriendelijk. "Van werk." Geef iets van jezelf: "Ik ken haar van de middelbare school, we zaten bij elkaar in de klas. Wat voor werk doen jullie samen?"
- Kort, en de ander kijkt weg of pakt de telefoon. Geen gesprek nu. Glimlach en laat het. Dat is geen afwijzing van jou; misschien is iemand moe of wacht op een belangrijk bericht.
Je naam noemen
In Nederland noem je je naam vaak pas als het gesprek even loopt, niet als eerste zin. "Ik ben trouwens Bas" na het eerste heen-en-weer voelt natuurlijk. Geef een hand als je staat en de ander ook, op een verjaardag of borrel. In de trein of bij de bakker hoeft het niet.
Openingen die minder goed werken
| Opening | Waarom niet | Probeer |
|---|---|---|
| Een compliment over iemands uiterlijk | Kan opdringerig voelen, zeker bij onbekenden | Een compliment over een keuze: de hond, de fiets, het boek |
| "Wat doe jij voor werk?" als eerste zin | Voelt als een sollicitatie; niet iedereen houdt van zijn baan | Begin bij de situatie, werk komt later vanzelf |
| Een grap over iemand anders in de ruimte | Je weet niet wie wie kent | Een lichte opmerking over de situatie |
| Een lange inleiding over jezelf | De ander weet niet wat ermee te doen | Eén zin, dan een vraag |
| "Sorry dat ik stoor, maar..." | Je verkleint jezelf voor je begint | Begin gewoon met de vraag |
De eerste stap durven zetten
Weten wat je moet zeggen is meestal niet het probleem. Het moment is het probleem. Drie dingen helpen:
- Beslis vooraf. "Op deze verjaardag spreek ik twee mensen aan die ik niet ken." Een besluit maakt het minder een kwestie van moed op het moment zelf.
- Spreek binnen vijf seconden. Hoe langer je wacht, hoe meer redenen je bedenkt om het niet te doen.
- Kies iemand die alleen staat. Die is bijna altijd blij dat iemand iets zegt.
Is iemand aanspreken op straat of in de trein voor jou het lastigste, lees dan praten met vreemden zonder dat het raar voelt. Voor een feest waar je niemand kent is er een eigen pagina: op een feestje waar je niemand kent.
Oefenen
Een openingszin oefen je niet door hem te lezen, maar door hem te zeggen en daarna te reageren op een antwoord dat je niet verwachtte. De small talk oefening geeft je openingszinnen die iemand tegen jou zegt, zodat je leert reageren. In Speaking Coach zegt een AI-gesprekspartner hallo en speel je het gesprek helemaal uit, ook in het Nederlands.
Veelgestelde vragen
Wat is de beste openingszin?
Er is geen beste zin. De beste opening gaat over iets wat jullie allebei zien, gevolgd door een makkelijke vraag. Wat je daarna doet, telt meer.
Hoe weet ik of iemand wil praten?
Kijk of iemand je aankijkt, iets langer antwoordt dan één woord of een vraag terugstelt. Een koptelefoon op of ogen op de telefoon betekent meestal: niet nu.
Is het weer echt een goed onderwerp?
Als opening wel. Iedereen in Nederland heeft er een mening over. Blijf er alleen niet hangen; ga na een paar zinnen naar iets persoonlijkers.
Zeg ik u of je tegen iemand die ik niet ken?
Bij leeftijdgenoten en jonger zeg je bijna altijd je. Bij iemand die duidelijk ouder is, begin je met u; vaak zegt de ander dan snel: "Zeg maar je hoor."
Wat als ik een blanco krijg na mijn eerste zin?
Dan vraag je naar de situatie: "Hoelang ben je hier al?" of "Hoe ken jij de gastvrouw?" Die werken altijd.