Jezelf voorstellen in de klas: zo doe je het, met voorbeelden

Bij een voorstelrondje zeg je in 20 tot 30 seconden je naam, waar je vandaan komt of wat je hiervoor deed, één ding dat mensen over je onthouden en waarom je hier zit. Moet je jezelf in twee minuten presenteren, dan voeg je één kort verhaal toe dat bij dat ene ding hoort, en eindig je met een zin die terugkomt op je naam.

Eerst: welke soort voorstellen is het?

Er zijn twee situaties, en ze vragen iets anders van je.

SituatieWaarLengte
VoorstelrondjeEerste les, introductieweek, werkgroep, cursus20–30 seconden, 50–80 woorden
Presenteer jezelf (opdracht)Les Nederlands, mentorles, eerste week hbo of mbo, taalcursus1–2 minuten, 150–300 woorden

Bij een voorstelrondje ben je één van de twintig. Niemand onthoudt je hele verhaal; ze onthouden je naam en één ding. Bij een opdracht word je beoordeeld, en dan telt ook hoe je begint en eindigt.

Het voorstelrondje: vier zinnen

  1. Je naam, langzaam. "Ik ben Daan." Zeg hem twee keer zo langzaam als je denkt nodig te zijn; dit is het stuk dat iedereen mist omdat je zenuwachtig bent.
  2. Waar je vandaan komt of wat je hiervoor deed. "Ik kom uit Almere en heb daar havo gedaan."
  3. Eén haakje: iets dat mensen over je onthouden en waar ze je later naar kunnen vragen. "Ik speel waterpolo, drie keer per week."
  4. Waarom je hier zit. "Ik heb voor deze opleiding gekozen omdat ik iets met techniek wil, maar niet de hele dag achter een scherm."

Dat is het. Vier zinnen, een halve minuut.

Voorbeeld voor de brugklas: "Hoi, ik ben Noor. Ik zat op de Regenboogschool in Leiden. Ik heb een konijn dat Pindakaas heet. En ik wil graag op hockey hier op school."

Voorbeeld voor een eerstejaars hbo: "Ik ben Yusuf, ik kom uit Arnhem en heb eerst een jaar gewerkt bij een fietsenwinkel. Daar merkte ik dat ik het leukste vond om uit te zoeken waarom iets kapotging. Daarom zit ik nu bij Werktuigbouwkunde."

Voorbeeld voor een volwassene in een avondcursus: "Ik ben Ingrid, ik werk overdag bij een huisartsenpraktijk in Deventer. Mijn kinderen zijn de deur uit en ik wilde altijd al Spaans leren. Deze zomer gaan we naar Andalusië, en ik wil daar een keer zelf een tafel bestellen."

Het haakje maakt het verschil

De meeste mensen noemen hun hobby's als lijstje: "Ik hou van lezen, sporten en met vrienden afspreken." Dat zegt iedereen, dus niemand onthoudt het. Eén concreet detail werkt beter.

VaagConcreet
Ik hou van sportenIk loop elke zondag hard langs de Maas
Ik hou van kokenIk ben bezig met het perfecte recept voor pannenkoeken, poging 31
Ik werk in de horecaIk sta drie avonden per week achter de bar in een café aan de Oudegracht
Ik reis graagIk ben vorig jaar met de trein naar Zagreb gegaan, zonder vliegtuig

Met een concreet haakje geef je je klasgenoten een vraag voor in de pauze: "Hoe ver ben je met die pannenkoeken?" Zo begint een gesprek.

De opdracht van twee minuten

Bij een beoordeelde opdracht gebruik je dezelfde vier zinnen, en voeg je twee dingen toe.

  1. Een opening die meteen iets zegt. Niet "Eh, ik ga mezelf even voorstellen." Wel: "Ik ben drie keer verhuisd voor mijn twaalfde. Ik ben Lotte, en dat heeft van mij iemand gemaakt die overal binnen vijf minuten de supermarkt kan vinden."
  2. Eén kort verhaal bij je haakje: een moment, met een plek en een tijd. "Vorig jaar zomer stond ik op een camping in Zeeland achter de bar. Op de eerste avond liet ik een heel dienblad vallen..."
  3. Waarom je hier zit, iets uitgebreider dan bij het rondje.
  4. Een slot dat terugkomt op je opening. "Dus als je nog niet weet waar de mensa is: vraag het mij. Ik heb hem gisteren al gevonden."

Op mbo en hbo vragen docenten soms om je sterke en zwakke punten te noemen. Kies dan één van elk, met een voorbeeld; dat werkt hetzelfde als bij de sollicitatievraag vertel eens iets over jezelf.

Wat je liever niet doet

FoutWaaromDoe dit liever
Je naam snel inslikkenNiemand verstaat hem, en je kunt hem niet herhalenNaam langzaam, met een kleine pauze erna
"Eh, ja, nou, ik ben dus..."Je eerste woorden zijn de enige die iedereen hoortBegin direct met "Ik ben..."
Een rijtje van vijf hobby'sKlinkt als ieder anderEén concreet haakje
Te persoonlijk wordenEen voorstelrondje is geen dagboekBewaar het voor als je iemand beter kent
Eindigen met "Dat was het wel, denk ik"Het slot blijft hangenEindig met waarom je hier zit, of een vraag

Oefenen

Zeg je vier zinnen vijf keer hardop, in de badkamer of op de fiets. Klok de tijd. Als je boven de 40 seconden zit, schrap je het minst concrete stuk. Met de tempometer zie je of je te snel praat, en de gratis speechreview telt ook je "eh"s en "zeg maar"s.

Wil je oefenen met iemand die echt terugvraagt? In Speaking Coach kun je je voorstellen aan een AI-gesprekspartner die doorvraagt op wat je zei, in het Nederlands.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt jezelf voorstellen in de klas?

Bij een voorstelrondje 20 tot 30 seconden. Bij een opdracht meestal één tot twee minuten; vraag je docent wat de bedoeling is.

Wat zeg ik als ik niets bijzonders heb om te vertellen?

Iedereen heeft een concreet detail: je bijbaantje, je fietsroute, wat je in de zomer deed. Bijzonder hoeft niet; concreet wel.

Mag ik grappig zijn?

Een kleine grap in je haakje kan goed werken. Plan geen mop; als hij niet valt, sta je er alleen.

Wat als ik heel zenuwachtig ben?

Leer alleen je eerste zin uit je hoofd en adem rustig uit voordat je begint. Na de eerste zin gaat het meestal vanzelf.

Hoe stel ik mezelf voor in het Engels?

Dezelfde opbouw werkt: naam, waar je vandaan komt, één haakje, waarom je hier bent. Oefen vooral je eerste zin, want daar haper je het snelst.