Je eerste werkdag: wat zeg je als je jezelf voorstelt?

Op je eerste werkdag stel je je voor in drie zinnen: je naam, je functie en team, en één ding over waar je vandaan komt of wat je hiervoor deed. Stel daarna een vraag aan de ander, zoals 'Hoelang werk jij hier al?' Bij de lunch en de koffieautomaat volgen de echte gesprekken; daar vraag je vooral, en luister je naar hoe het hier gaat.

Je voorstelzin van vijftien seconden

Op je eerste dag stel je jezelf misschien twintig keer voor. Bij de receptie, op de afdeling, in de lift, bij de koffie. Je hebt één korte versie nodig die je zonder nadenken kunt zeggen.

  1. Naam. "Hoi, ik ben Mehmet."
  2. Functie en team. "Ik ben vandaag begonnen als accountmanager, bij het team van Karin."
  3. Eén ding over jou. "Hiervoor zat ik bij een groothandel in Venlo."
  4. Een vraag terug. "En jij, op welke afdeling zit jij?"

Voorbeeld voor een verpleegkundige: "Hoi, ik ben Sophie, de nieuwe verpleegkundige op de afdeling cardiologie. Ik kom van het ziekenhuis in Gouda. Werk jij ook hier op de afdeling?"

Voorbeeld voor een starter: "Ik ben Jesse, ik ben net afgestudeerd en begin vandaag als junior ontwikkelaar. Dit is echt mijn eerste baan, dus ik ga jullie de komende weken veel vragen. Hoelang werk jij hier al?"

Die laatste vraag is belangrijk. Hij geeft de ander iets om te zeggen, en zo begint een gesprek in plaats van een knik.

Het voorstelrondje in het teamoverleg

Veel teams laten je in je eerste week even voorstellen in het werkoverleg of de stand-up. Je hebt daar iets meer tijd, zo'n 30 tot 60 seconden.

OnderdeelVoorbeeldTijd
Naam en functie"Ik ben Mehmet, de nieuwe accountmanager."5 seconden
Wat je hiervoor deed"Ik heb vijf jaar bij een groothandel in Venlo gewerkt, vooral met klanten in de horeca."10–15 seconden
Iets persoonlijks"Ik woon in Nijmegen met mijn vriendin en een hond die nergens naar luistert."10 seconden
Waar je naar uitkijkt"Ik heb zin om de klanten in Limburg te leren kennen, en om te leren hoe jullie hier werken."10 seconden

Houd het persoonlijke licht: een hond, een sport, een woonplaats. Dat geeft collega's een haakje om je later naar te vragen. "Hoe gaat het met die hond?" is een prima begin van een gesprek bij de koffieautomaat.

Lijkt het op jezelf voorstellen in de klas? Klopt. Bij jezelf voorstellen staat meer over het kiezen van dat ene concrete detail.

De lunch: de echte kennismaking

In veel Nederlandse bedrijven luncht het team samen, vaak rond half één in de kantine of aan een lange tafel, met een boterham. Op je eerste dag ga je mee, ook als je eigenlijk nog iets wilt afmaken. Daar leer je mensen kennen.

Wat je aan tafel doet:

  • Vooral vragen stellen. Je bent nieuw, dus nieuwsgierigheid wordt verwacht. "Hoe zag jouw eerste week eruit?" "Wie moet ik echt leren kennen hier?"
  • Over gewone dingen praten. Het weekend, de reis naar het werk, de buurt. Lees ook goede small talk onderwerpen.
  • Niet meteen meningen geven over hoe het bij je vorige werkgever beter ging. Ook al is het waar.

Vragen die goed werken in je eerste week

Aan wieVraag
Een collega"Wat had je in je eerste week graag geweten?"
Een collega"Hoe gaat het hier met de lunch, neemt iedereen zijn eigen brood mee?"
Je leidinggevende"Wat wil je dat ik na de eerste maand echt goed snap?"
De secretaresse of het secretariaat"Bij wie moet ik zijn als mijn laptop het niet doet?"
Iemand van een andere afdeling"Hoe werken jullie samen met ons team?"

Namen onthouden

Je hoort op je eerste dag tientallen namen. Niemand verwacht dat je ze allemaal onthoudt, maar een paar trucs helpen:

  1. Herhaal de naam meteen. "Leuk je te ontmoeten, Fleur."
  2. Koppel er één ding aan. Fleur, van de financiële afdeling, fietst uit Delft.
  3. Schrijf het op na de lunch, met een plattegrondje van wie waar zit.
  4. Vraag het gewoon opnieuw. "Sorry, ik heb vandaag zoveel namen gehoord. Hoe heette je ook alweer?" Dat is op dag één helemaal normaal, en op dag drie ook nog.

Wat je liever niet doet

FoutWaaromDoe dit liever
"Bij mijn vorige werkgever deden we dat anders"Klinkt als kritiekEerst vragen waarom het hier zo gaat
De lunch overslaan om te werkenJe mist de kennismakingGa mee, ook al is het kort
Alleen je functietitel noemenNiemand weet wat een "medewerker bedrijfsvoering II" doetZeg wat je gaat doen, in gewone taal
Te veel persoonlijks in het voorstelrondjeHet wordt ongemakkelijkEén licht detail
Een naam vergeten en niets zeggenHet wordt alleen maar lastigerVraag het meteen opnieuw

Oefenen

Zeg je voorstelzin een paar keer hardop op weg naar je werk, tot je hem niet meer hoeft te bedenken. De small talk oefening heeft zinnen als "Werk jij ook hier in het gebouw?" om op te reageren. In Speaking Coach kun je oefenen met jezelf voorstellen en een praatje bij de koffieautomaat, met een AI-gesprekspartner die doorvraagt op wat je zegt.

Veelgestelde vragen

Hoe stel ik me voor aan nieuwe collega's?

Naam, functie en team, en één ding over jezelf. Eindig met een vraag terug, zoals "Hoelang werk jij hier al?"

Moet ik op mijn eerste dag trakteren?

Dat verschilt per werkplek. Vraag het je leidinggevende of een collega; op veel plekken is het niet nodig, maar wordt iets lekkers bij de koffie wel gewaardeerd.

Wat als ik niemand ken bij de lunch?

Vraag of je bij iemand mag aanschuiven: "Mag ik erbij komen zitten?" Stel je voor en vraag hoe de lunch hier meestal gaat.

Hoe stel ik me voor in een Teams-meeting?

Hetzelfde, maar korter: naam, functie, één persoonlijk detail. Zet je camera aan en houd het onder de dertig seconden.

Wat als ik een naam niet goed verstaan heb?

Vraag het meteen: "Sorry, hoe spreek je je naam uit?" Mensen waarderen het als je hun naam goed wilt zeggen.